Belgian Society of Radiology News

Les radiologues critiquent ... / Radiologen hekelen ...






PERSBERICHT – 30 MAART 2016
“RADIOLOGEN HEKELEN AANHOUDEND NEGATIEVE  BERICHTGEVING”
 
 
“Er gebeuren veel meer CT-scans dan nodig”, “dure CT-scans brengen geld in het laatje”, “nutteloze CT-scans doen stralenrisico stijgen”, “CT-scans blijven melkkoe”, … Om de haverklap komen radiologen in een negatief daglicht te staan, als zouden zij de bestralingsdosis voor de bevolking tomeloos in de hoogte jagen en daarbij het gezondheidsbudget gulzig opsouperen. Niets is echter minder waar. De Belgische Vereniging voor Radiologie (BVR) zet enkele feiten op een rijtje.
 
Campagnes
Al verschillende jaren werken de radiologen intensief mee met de overheid om het optimaal gebruik van de Richtlijnen voor Goed Gebruik van Medische Beeldvorming  (http://www.health.belgium.be/richtlijnen-medische-beeldvorming) te promoten en om ondoelmatige blootstelling aan röntgenstralen voor de bevolking te beperken. Een van de zichtbaarste initiatieven is de campagne “Medische beelden zijn geen vakantiekiekjes, wees er zuinig mee”, waarin onder meer via radiospots getracht wordt de bevolking bewust te maken van de nadelen van onnodig gebruik van röntgenstralen. Minder bekend bij het grote publiek, maar niet minder belangrijk, is de medische informatiebrochure “Focus on Medical Imaging” (www.focusonmedicalimaging.be), waarin de voorschrijvende collega’s aangespoord worden om medische beeldvorming op een juiste manier voor te schrijven. Dergelijke campagnes beogen onnodige onderzoeken te vermijden en het gebruik van niet-bestralende technieken zoals magnetische resonantie (MRI) te bevorderen als alternatief voor CT-scans. Echter, dit vereist een voldoende toegankelijkheid van alle technieken. Vooral voor MRI knelt hier het schoentje, omdat deze techniek jarenlang opgesloten zat in een zogenaamde “programmatie”, een beperking die voor CT-scans nooit bestaan heeft. CT-toestellen zijn derhalve voldoende beschikbaar en toegankelijk, maar dit geldt niet voor MRI-toestellen, met lange wachtlijsten tot gevolg, waardoor in de tussentijd vaak geopteerd voor een “eerder verkrijgbare” CT-scan, ondanks het feit dat deze voor sommige patiënten of voor sommige klachten niet het meest geschikte onderzoek is en dat deze bovendien de dosis röntgenstraling voor de bevolking globaal doet oplopen. Om hier aan te verhelpen werd in 2014 beslist om 12 extra toestellen (7 in Vlaanderen en 5 in Wallonië) in de programmatie op te nemen, maar actueel zijn nog maar enkele van deze 12 toestellen operationeel. Omdat het effect van deze toestellen nog niet meetbaar kan zijn, is het dan ook niet fair om de radiologen telkens te verwijten dat er “alweer een stijging is van het aantal CT-scans”.
 
‘Financiële druk’
Dat “het uitvoeren van zo veel mogelijk CT-scans een betrachting is van alle radiologen omdat dit hen en hun ziekenhuis veel geld opbrengt” is een andere hardnekkige mythe waar de BVR zich krachtig tegen verzet.
Om te beginnen hebben radiologen geen “autopresciptierecht”, in tegenstelling tot zogenaamde “connexisten” (niet-radiologen die radiologische onderzoeken uitvoeren, goed voor 18% van het totale budget medische beeldvorming). Radiologen kunnen dus zelf geen radiologische onderzoeken aanvragen en voeren enkel onderzoeken uit op indicatie van een aanvragende collega.
Het budget medische beeldvorming is bovendien een gesloten budget (een jaarlijks op voorhand vastgelegd bedrag). In het verleden werd bij herhaling aangetoond dat een budgetoverschrijding door het uitvoeren van extra onderzoeken in de medische beeldvorming gevolgd werd door het “bestraffen” van de radiologen (niet van de aanvragers!) door de terugbetaling van de betrokken onderzoeken terug te schroeven. Het zogenaamde streven van de radiologen om in een gesloten budget meer onderzoeken te doen om meer geld in het laadje te kunnen brengen zou dan ook nogal naïef zijn; enkel de werkbelasting kan toenemen, niet de inkomsten.
De stijging van het globale CT-budget is door een aantal demografische en technologische evoluties overigens perfect verklaarbaar. Elk jaar komen er in ons land ongeveer 43.000 patiënten bij die wegens een diagnose van kanker voor beeldvorming in aanmerking komen (dit is het jaarlijks aantal nieuwe diagnosen verminderd met het aantal sterfgevallen door kanker). Deze patiënten krijgen vaak een CT-scan voor diagnose en/of stadiëring en worden op 3- tot 6-maandelijkse basis opgevolgd om de werking van onder meer dure chemostatica te evalueren. Als elk van deze patiënten aldus jaarlijks minstens 1 CT-scan van de hals, thorax en/of abdomen krijgt, dan is een meeruitgave van 6 à 10 miljoen euro al snel bereikt en dit komt ook exact overeen met de meeruitgave die voor 2015 voor CT-scans voorspeld wordt (9 miljoen euro, waarvan 8,6 miljoen euro voor CT hals/thorax/abdomen). Bovendien brengen nieuwe hybride beeldvormingstechnieken zoals SPECT-CT en PET-CT, naast een toename van het aantal SPECT- en PET-onderzoeken ongewild ook een toename van het totale aantal CT-onderzoeken met zich mee, al wordt het budgettaire effect hiervan veel kleiner ingeschat. De veelgehoorde boutade dat de stijging van het globale CT-budget een gevolg is van falende campagnes is dan ook totaal uit de lucht gegrepen. Een detailanalyse van de voorlopige cijfers van 2015 toont overigens een afname van het budget voor CT schedel en CT wervelzuil met ongeveer een kwart miljoen euro. Beide indicaties zijn tot op heden de focus geweest van de gevoerde campagnes.

 
 
​COMMUNIQUÉ DE PRESSE – 30 MARS 2016
« LES RADIOLOGUES CRITIQUENT VIVEMENT LES COMMUNICATIONS NÉGATIVES »


 « On réalise bien plus de CT-scans que nécessaire », « les CT-scans onéreux rapportent de l’argent », « les CT-scans superflus font augmenter le risque d’exposition aux rayons », « les CT-scans restent une vache à lait », etc. On jette le discrédit sur les radiologues à tout bout de champ. On les accuse d’exposer excessivement la population à des doses de rayonnement et d’engloutir ainsi le budget de la santé, mais rien n’est moins vrai. La Société Belge de Radiologie (SBR) expose quelques faits.
 
Campagnes
Les radiologues travaillent depuis plusieurs années avec les autorités pour promouvoir de manière optimale les Recommandations en matière de prescription de l'imagerie médicale (http://www.health.belgium.be/eportal/Healthcare/Consultativebodies/Doctorscolleges/Medicalimagingandnuclearmedici/recommandationmedicalimaging/index.htm?fodnlang=fr#.VvURPnoplBT) et pour limiter l’exposition inutile de la population aux rayons ionisants. L’une des initiatives les plus visibles est la campagne « Les images médicales ne sont pas des photos de vacances. Pas de rayons sans raisons », qui vise à sensibiliser – via des spots radios – la population sur les dangers de l’utilisation superflue de rayons ionisants. Citons également la brochure d’information médicale « Focus on Medical Imaging » (www.focusonmedicalimaging.be), moins connue, mais non moins importante, dans laquelle les médecins prescripteurs sont invités à prescrire l’imagerie médicale de manière correcte. De telles campagnes visent à éviter les examens superflus et à préconiser l’utilisation des techniques non ionisantes telles que la résonance magnétique (IRM) comme alternative aux CT-scans. Cependant, cela nécessite une accessibilité suffisante à toutes les techniques. C’est surtout en ce qui concerne l’IRM que le bât blesse, étant donné que cette technique est enfermée depuis des années dans une soi-disant « programmation », une limitation qui n’a jamais existé pour les CT-scans. Les appareils CT sont donc suffisamment disponibles et accessibles, mais cela n'est pas valable pour les appareils IRM, avec comme conséquence de longues listes d’attente qui font souvent opter pour un CT-scan « disponible plus rapidement », malgré le fait que celui-ci ne soit pas le plus adapté pour certains patients ou certaines plaintes, et qu'en outre, cela fasse augmenter l’exposition de la population au rayonnement ionisant. Pour pallier ce problème, il a été décidé en 2014 d’intégrer 12 appareils supplémentaires dans la programmation (7 en Flandre et 5 en Wallonie), mais actuellement, seuls quelques uns de ces 12 appareils sont opérationnels. Étant donné que l’effet de ces appareils n’est pas encore mesurable, il n’est pas juste de reprocher aux radiologues qu’il y ait « à nouveau une augmentation du nombre de CT-scans ».
 
« Pression financière »
Avancer que « tous les radiologues visent à réaliser le plus de CT-scans possible parce que cela leur rapporte beaucoup d’argent et rapporte beaucoup d’argent à l’hôpital » constitue un mythe persistant contre lequel la SBR s’oppose vivement.
Premièrement, les radiologues n’ont pas de « droit d’autoprescription », contrairement auxdits « connexistes » (non-radiologues qui réalisent des examens radiologiques, représentant 18 % du budget total d’imagerie médicale). Les radiologues ne peuvent donc pas demander d’examens radiologiques eux-mêmes et ne réalisent d’examens que sur l’indication d’un collègue prescripteur.
Le budget d’imagerie médicale est en outre un budget fermé (un montant annuel déterminé à l'avance). Par le passé, il a été à plusieurs reprises démontré qu'un dépassement de budget par la réalisation d'examens supplémentaires en imagerie médicale était suivi de la « punition » des radiologues (et non des prescripteurs !) en réduisant le remboursement des examens concernés. Avancer que les radiologues visent à réaliser davantage d'examens dans un budget fermé pour amasser plus d'argent est naïf ; seule la charge de travail peut augmenter, pas les revenus.
L’augmentation du budget CT global peut d'ailleurs tout à fait s'expliquer par des évolutions démographiques et technologiques. Dans notre pays, chaque année, environ 43 000 patients supplémentaires ont besoin d’imagerie médicale à la suite d’un diagnostic de cancer (il s’agit du nombre annuel de diagnostics auquel on a retranché le nombre de cancers ayant entraîné la mort). Ces patients bénéficient souvent d’un CT-scan pour un diagnostic et/ou une détermination de stade et sont suivis tous les 3 à 6 mois pour évaluer entre autres l’effet de la chimiothérapie coûteuse. Si chacun de ces patients reçoit annuellement au moins 1 CT-scan du cou, du thorax et/ou de l’abdomen, on atteint alors rapidement une dépense supplémentaire de 6 à 10 millions d’euros, ce qui correspond exactement à la dépense supplémentaire prévue pour les CT-scans en 2015 (9 millions d’euros, dont 8,6 millions d’euros pour les CT cou/thorax/abdomen). En outre, les techniques d’imagerie hybrides telles que les SPECT-CT et les PET-CT, et l'augmentation du nombre d'examens SPECT et PET entraînent automatiquement une augmentation du nombre total d'examens CT, même si l’effet budgétaire a été largement sous-évalué. L’affirmation souvent entendue selon laquelle l’augmentation du budget CT global est une conséquence des campagnes défaillantes est donc elle aussi totalement infondée. Une analyse détaillée des chiffres provisoires 2015 révèle d’ailleurs une diminution d’environ un quart de million d’euros du budget pour les CT du crâne et de la colonne vertébrale. C’est sur ces deux indications que l’on a jusqu’à présent mis l’accent dans les campagnes réalisées.


 

© 2017 Belgian Society of Radiology. Website powered by MemberLeap, a product of Vieth Consulting